Gespecialiseerd in het begeleiden van kinderen, docenten en ouders.

Als je proefwerk verandert in een tijger

Gepubliceerd op 4 februari 2018 door Iris Pitstra

Stress of spanning is een fenomeen dat we allemaal kennen. Sommige mensen hebben er sneller last van dan andere, maar van tijd tot tijd hebben we er allemaal mee te maken. Tijdens mijn werk als ambulant begeleider van middelbare scholieren zie ik dat stress onder deze groep vrij veel voorkomt. Het moeten presteren op school, jezelf staande houden in een wereld van pubers waarbij sociale contacten, status, en het wel of niet hebben van de nieuwste telefoon zorgen voor druk, maar ook het leren voor toetsen, huiswerk maken, plannen, school combineren met sport of een bijbaantje in de supermarkt.

In dit artikel beschrijf ik wat stress met je kan doen tijdens het maken van een toets. Dit komt voor bij zowel leerlingen met als zonder autisme, hoewel het bij kinderen met autisme wel vaak wordt gezien. Bij deze kinderen is de prikkelgevoeligheid hoger, waardoor zij vaak al alerter zijn op stressfactoren. Ze zijn tijdens de toets sneller afgeleid, hebben sneller last van geluiden en worden soms overvallen door de tijd die bijna om is. Dit kan er bij proefwerken voor zorgen dat er bij hen net iets minder hoeft te gebeuren om volledig in de stress te schieten dan bij kinderen met een ‘normale’ prikkelverwerking.

Stress is niet nieuw. Het wordt tegenwoordig wel gekoppeld aan het leven van deze tijd: alles gaat snel, iedereen heeft het druk en presteren staat hoog in het vaandel. Toch gaat stress al vele duizenden jaren terug in de tijd. De mensen van toen hadden ook stress. Weliswaar niet over of ze wel goed bereikbaar waren en dat ze zich niet genoeg ontwikkelden op werkgebied, maar voor gevaar. Denk je eens in hoe je je voelt als je opeens oog in oog staat met een tijger. Ook dit is stress. Acute, hevige stress. Stress is een overlevingsmechanisme. Vanuit de evolutie is stress bedoeld om je lichaam paraat te zetten voor actie en om te overleven. Op het moment van stress wordt je lichaam in de ‘fight or flight’ modus gezet, oftewel ‘vechten of vluchten’. Er is gevaar, dus je moet iets doen om te overleven. Door te vluchten ren je hard weg voor de tijger in de hoop dat hij je niet bij kan houden, of je hem te slim af bent. Door te vechten ga je de strijd met de tijger aan in de hoop hem te kunnen verslaan. Bij beide strategieën is het doel overleven. Om dit te kunnen doen, moet je lichaam in staat zijn om boven jezelf uit te kunnen stijgen. Je lichaam zorgt dat je hart sneller gaat kloppen, je bloeddruk stijgt en je spieren krijgen een grotere aanvoer van bloed om hun werk goed te kunnen doen. Alle energie gaat naar de lichaamsdelen die nodig zijn om te vechten of te vluchten. De lichaamsdelen die niet belangrijk zijn voor vechten of vluchten worden even in de spaarstand gezet.

Oké, tegenwoordig zullen we niet zo snel oog in oog komen te staan met een tijger, maar het mechanisme dat zorgt voor de fight or flight modus zit nog steeds in ons systeem. Bij stress wordt dit geactiveerd. Weliswaar in mindere mate dan bij levensbedreigend gevaar, maar het werkt nog steeds. Bij mensen die veel spanning ervaren kan het zelfs zo zijn dat het lichaam in constante vechten of vluchten staat is.

Terug naar de middelbare scholier. Wat vaak wordt gezien is dat een leerling goed heeft geleerd voor het proefwerk, maar op het moment zelf dichtklapt en niets meer weet. De welbekende black-out. Soms gebeurt dit bij één opdracht, soms bij een hele toets. Als ik vraag naar of ze gespannen waren voor de toets, of dat ze tijdens de toets ineens gespannen werden, is het antwoord negen van de tien keer ja. Wat gebeurt er op dat moment nou eigenlijk? De leerling heeft super goed geleerd voor de toets. Hij had al een paar onvoldoendes gehaald en moet nu echt een goed cijfer halen om nog over te gaan. Misschien staat hij er juist wel heel erg goed voor en is hij bang om te falen en ineens een vier te halen. Wat de reden ook is, spanning is een bekend fenomeen bij het maken van toetsen. De toets is in dit geval de tijger. Opeens wordt de spanning te groot. Dit kan bij het zien van de toets al gebeuren, maar ook pas na een paar opdrachten als de som ineens heel anders is dan geoefend, of tijdgebrek toeslaat. Het lichaam ervaart stress en het fight of flight systeem wordt in werking gezet. Bloed en energie gaan naar hart en longen en spieren worden op scherp gezet. De hartslag en bloeddruk gaan omhoog en de energie die naar de spieren gaat kan niet meer naar de hersendelen waar de geleerde stof is opgeslagen. Die deuren gaan dicht. Je hoeft immers niet te weten hoe je de dagen van de week in het Frans zegt, of wanneer Ho-Chi-Minh aan de macht was als je moet wegrennen voor een tijger. De leerling raakt in paniek, omdat hij het antwoord op de vragen niet meer weet. Hij is alles vergeten en levert de toets maar weer in. Terug op de gang of in de kantine gaat hij rustig zitten, eet of drinkt wat en beseft ineens wat de antwoorden op vragen waren. De tijger is weg, bloeddruk en hartslag dalen weer naar het normale niveau en de energie gaat weer terug naar de hersenen. De deuren van de geleerde stof openen weer en de leerling herinnert zich ineens weer wat hij zo hard geoefend heeft. Met alle frustraties tot gevolg. Soms gebeurt zoiets eenmalig, maar je kunt je voorstellen dat een dergelijke ervaring ook weer stress met zich meebrengt. De tijger ligt bij de volgende toets alweer op de loer….

In een volgend artikel zal ik beschrijven wat je kunt doen om die tijger lekker te laten slapen. Wordt vervolgd!

 

Autisme is niet te genezen, onbegrip gelukkig wel.