Gespecialiseerd in het begeleiden van kinderen, docenten en ouders.

Autisme verklaard

Gepubliceerd op 22 januari 2018 door Iris Pitstra

In dit artikel geen tips of adviezen op het gebied van autisme, maar een stukje informatie over hoe autisme verklaard kan worden. In dit artikel worden drie theorieën beschreven die een brug slaan tussen het brein en gedrag bij kinderen met ASS. Deze drie theorieën zijn de theory of mind, central  coherence theory en executive functioning theory.

Theory of mind

Wat vaak gezien wordt bij kinderen met autisme, is dat ze op veel gebieden synchroon of zelfs voorlopen op hun leeftijdsgenootjes, maar dat ze op het gebied van sociale interactie heel vaak achter blijven. Dit kan worden verklaard door een langzamere ontwikkeling van de ‘Theory of mind’. Normaal gesproken ontwikkelen kinderen de theory of mind rond de leeftijd van vier jaar. Tijdens deze ontwikkeling beginnen kinderen te begrijpen dat dat andere mensen andere gedachten en gevoelens hebben dan zij zelf. Ze leren zich te verplaatsen in iemand anders. Bij kinderen met autisme wordt vaak gezien dat ze dit pas later, gebrekkig, of soms zelf helemaal niet ontwikkelen. Hierdoor hebben ze moeite met zich in andere mensen te verplaatsen, snappen de emoties van andere mensen (en zichzelf) niet altijd en vinden het lastig om de juiste gedragingen en intenties te vertonen. Normaal gesproken leren kinderen gedrag en handelingen van anderen te voorspellen aan de hand van emoties, gedragingen en gevoelens. Bovendien begrijpen ze dat andere mensen meer, of andere dingen weten dan zij, en leren ze dat ze anderen om hulp kunnen vragen. Kinderen met autisme ontwikkelen deze vaardigheid pas later of gebrekkig, waardoor zij niet snappen dat iemand anders andere dingen weet dan zij zelf. Met als gevolg dat ze vaak niet om hulp vragen als ze dat nodig hebben.

Central Coherence Theory

Een andere theorie die het gedrag bij autisme kan verklaren, is de ‘Central Coherence Theory’. Bij kinderen met autisme wordt vaak een zwakke centrale coherentie gezien. Dit betekent dat ze moeite hebben om losse, verkregen informatie te integreren als één geheel. Door deze zwakke centrale coherentie nemen kinderen met autisme de wereld en informatie in losse stukjes waar. Ze hebben problemen met het aan elkaar koppelen van verschillende gebeurtenissen, om zo het beeld compleet te maken tot een logisch kloppend verhaal. In het gedrag zie je dit vaak terug in het niet in actie komen na een uitleg, of doordat ze iets heel anders gaan doen dan de bedoeling is. De uitleg van de opdracht is op dat moment niet eenduidig genoeg geweest, waardoor het kind niet goed begrijpt wat de bedoeling is. Ook zie je dit terug in het leerproces. Kinderen met een zwakke centrale coherentie hebben moeite om verschillende dingen binnen een tekst aan elkaar te koppelen, waardoor de tekst niet altijd goed begrepen wordt.

Executive Functioning Theory

De derde theorie die in verband wordt gebracht met autisme, is de ‘Executive Functioning Theory’. Bij kinderen met autisme wordt veel gezien dat de executieve functies zich langzamer ontwikkelen dan bij kinderen zonder autisme. Onder executieve functies verstaan we onder andere gedragscontrole, impulsbeheersing, concentratie, maar ook taakherkenning, plannen en organiseren. Bij kinderen met autisme blijft deze ontwikkeling vaak achter, waardoor een groot scala aan kenmerkende gedragingen wordt gezien. Ze vinden het moeilijk om gewenst gedrag te laten zien en dit vol te houden, ze kunnen opeens heel boos worden, of juist heel verdrietig, ze zijn snel afgeleid, weten niet goed hoe ze aan een bepaalde taak moeten beginnen (of zien überhaupt niet dat er iets van ze verwacht wordt), ze vinden het lastig om hun activiteiten en zaken overzichtelijk te houden en hun tijd in te delen, enzovoort. Er zijn heel veel executieve functies, waardoor er bij kinderen met een vertraagde ontwikkeling hiervan ook een heleboel fout kan gaan. Toch wordt ook vaak gezien dat het niet op alle executieve functies misgaat. Alle kinderen met autisme zijn anders en laten dus ook hun eigen gedragingen zien.

Bovenstaande theorieën zouden dus verklaren waarom kinderen met autisme bepaald gedrag laten zien. Uiteraard zijn er nog veel meer theorieën en inzichten die verklaringen geven, maar in de literatuur worden deze drie als meest belangrijk gezien. Het is in ieder geval een mooi handvat om als docent of ouder het gedrag van kinderen met autisme beter te kunnen begrijpen en hier wellicht iets mee te kunnen doen.

Autisme is niet te genezen, onbegrip gelukkig wel.