Gespecialiseerd in het begeleiden van kinderen, docenten en ouders.

Schoolplein stress

Gepubliceerd op 16 maart 2018 door Iris Pitstra

Een tijdje geleden kreeg ik de vraag van een leerkracht over of ik eens iets zou willen schrijven over wat te doen tijdens de buitenspeelmomenten bij kinderen die prikkelgevoelig zijn. Natuurlijk wil ik dat!

Prikkelgevoelig. Het woord zegt het al: gevoelig voor prikkels, zowel interne (vanuit het lichaam zelf) als externe (vanuit de omgeving). Prikkelgevoeligheid komt veel voor bij kinderen met autisme, maar komt ook voor bij kinderen zonder diagnose. Kinderen die prikkelgevoelig zijn hebben meer moeite met het filteren van prikkels dan kinderen met een normale prikkelverwerking. Ze zijn sneller moe, geïrriteerd, of hebben last van een ‘vol hoofd’. Naast overprikkeling bestaat er ook onderprikkeling, waarbij kinderen juist prikkels nodig hebben om alert te blijven. Onderprikkeling komt vooral voor bij kinderen met ADD en ADHD. In dit artikel behandel ik alleen overprikkeling. In een volgend artikel zal onderprikkeling aan bod komen.

In het klaslokaal kan een prikkelgevoelig kind last hebben van geluiden om hem heen, leerlingen die langs hem lopen, of hem per ongeluk aanraken, een labeltje aan de binnenkant van zijn shirt dat irriteert, een natte sok doordat hij door een waterplas is gelopen, het tikken van een klok, enzovoort. Je kunt je voorstellen dat als een kind last heeft van deze dingen, hij op een schoolplein verzandt in de prikkels om hem heen. Rennende en schreeuwende kinderen, auto’s die voorbij rijden, ballen die door de lucht vliegen, een duw van een ander kind, zwaaiende ouders langs het plein. Kinderen die snel overprikkeld zijn vinden het schoolplein over het algemeen geen fijne plek om te zijn. Het is simpelweg te druk en te lawaaiig. Bij deze kinderen zie je dat ze het liefst tijdens de pauzes binnen blijven en een boekje gaan lezen. Als het maar rustig is, zodat ook zij even op adem kunnen komen na een ochtend les. Uiteraard zie je ze als docent liever gewoon buiten spelen, net als de rest van de kinderen. Het is belangrijk om het kind wel gewoon buiten te laten spelen, in plaats van hem binnen de pauze door te laten brengen. Door ze steeds maar in hun vertrouwde, veilige omgeving te zetten, raken ze niet gewend aan hoe ze moeten omgaan met prikkels die ze niet fijn vinden. De echte wereld is immers ook niet prikkelvrij. Wat kun je nou doen om het deze leerling toch zo aangenaam mogelijk te maken op het schoolplein?

Ga in overleg

Bespreek met de leerling dat je het belangrijk vindt dat hij of zij wel even naar buiten gaat om een ‘frisse neus’ te halen. Kom samen tot een compromis over hoe lang dit dan zal zijn. Als de pauze een kwartier duurt, kun je bijvoorbeeld afspreken dat de leerling tien minuten buiten speelt en de laatste vijf minuten naar binnen mag om tot rust te komen. In het begin kun je ook beginnen met vijf minuten buiten en tien minuten binnen. Als dit goed gaat kan de tijd buiten worden uitgebreid en te tijd binnen ingekort. Zorg ervoor dat het kind het gevoel heeft dat hij inspraak heeft in hoe lang hij buiten moet zijn. Vraag bijvoorbeeld hoe lang hij denkt buiten te kunnen spelen, voordat hij naar binnen mag. Als hij met een reëel antwoord komt (tien minuten), kun je hiermee akkoord gaan. Als het kind vijf minuten zegt kun je akkoord gaan als dit reëel is, of een compromis sluiten door te zeggen: ‘laten we er tien minuten van maken. Dan speel je tien minuten buiten en vijf minuten mag je binnen een boekje lezen’. Als de leerling het afgesproken aantal minuten heeft buiten gespeeld, kun je hem hieraan herinneren en hem naar binnen laten gaan. Als hij al eerder naar binnen wil, kan je hem herinneren aan de afspraak die jullie hebben gemaakt. Doordat hij hier zelf inspraak in heeft gehad, is de kans groter dat hij zich ook houdt aan het aantal minuten dat is afgesproken. Bovendien kan het hem rust geven dat hij weet dat hij de laatste vijf minuten naar binnen mag.

Rustige plek op het plein

Achterhaal samen met de leerling wat hij of zij een fijne, of minst vervelende plek vindt op het schoolplein. Misschien is er een hoekje waar verder geen kinderen spelen, een schommel waarop hij rustig kan zitten, of een zandbak waar hij zelf een zandkasteel kan bouwen. Bekijk samen waar de leerling de pauze het beste door kan brengen, waarbij hij zo min mogelijk prikkels ervaart. Als er op het plein geen plek is waar geen ballen voorbij vliegen en geen schreeuwende kinderen zijn, zorg er dan voor dat een deel van het plein bal- en renvrij gemaakt wordt. Er zijn vast meer kinderen die wel graag een iets rustigere plek op het plein zouden willen hebben. Je kunt de leerling eventueel ook oordopjes in laten doen, om het geluid om hem heen wat te laten dempen.

Bedenk spelletjes

Bekijk samen met de leerling wat hij of zij leuk vindt om te doen. Als hij buiten iets kan doen dat hij leuk vindt, is de kans het grootst dat hij met meer plezier buiten speelt. Sommige spellen kunnen alleen worden gedaan, bijvoorbeeld met een bal tegen de muur schoppen, knikkeren (met een knikkergootje), of hinkelen. Bij andere spellen zijn meer kinderen nodig. Overleg met de leerling wie er eventueel mee kunnen doen met het spel dat hij graag wil doen. Betrek vervolgens deze leerlingen erbij. Leg uit dat de desbetreffende leerling het lastig vindt om buiten te spelen, maar dat hij wel graag met hen een spelletje wil doen. Zorg er vervolgens voor dat het spel op een rustige plek op het plein plaats kan vinden. Als de leerling liever niet als ‘anders’ gezien wil worden door apart spelletjes voor hem te bedenken, kun je ook bekijken of hij bij spelletje met zijn klasgenoten een rustigere rol kan krijgen. Bij tikkertje kan hij bijvoorbeeld de scheidsrechter zijn, zodat hij niet actief deelneemt tussen de rennende en duwende kinderen.

Dit waren drie voorbeelden van acties die je kunt ondernemen om een prikkelgevoelige leerling die liever binnen zit, toch buiten te laten spelen. Uiteraard verschilt het per kind waar hij of zij baat bij heeft. Belangrijk is om het kind te laten merken dat je hem begrijpt en hem tegemoet wil komen. Tegelijkertijd is het belangrijk dat hij wel met prikkels om leert gaan en dat je hem duidelijkheid geeft over wat de afspraken zijn over de tijd die hij op het plein doorbrengt. Probeer in ieder geval samen met het kind te bekijken hoe jullie zijn tijd buiten zo aangenaam mogelijk kunnen maken.

 

Autisme is niet te genezen, onbegrip gelukkig wel.