Gespecialiseerd in het begeleiden van kinderen, docenten en ouders.

Vakantie en autisme

Gepubliceerd op 9 september 2017 door Iris Pitstra

Veel kinderen kijken er altijd vol verlangen weer naar uit: de vakantie. Of het nou gaat om een één week durende herfst- of voorjaarsvakantie of die eindeloos lijkende zomervakantie: vakantie is voor de meeste kinderen één groot feest van vrijheid, uitslapen en lekker doen waar je zin in hebt. Je leest het goed. Niet voor alle kinderen is vakantie ontspanning en plezier. Voor sommige kinderen is de vakantie één grote periode van onduidelijkheid en gebrek aan ritme. Het zijn de kinderen met autisme die niet altijd vol enthousiasme uitkijken naar de vakantie. In dit artikel bespreek ik hoe je ook voor deze kinderen de vakantie zo leuk mogelijk kunt maken.

Niet alleen voor kinderen met autisme kan de vakantie een struggle zijn. Dit geldt ook voor kinderen met andere diagnoses, als ADD/ADHD, en voor kinderen zonder diagnose die simpelweg sterk gebaat zijn bij regelmaat en ritme. Vaak zien we bij deze kinderen dat de vakantie juist zorgt voor gevoelens van spanning en lusteloosheid. Tijdens de schoolperiodes is er structuur. Iedere ochtend op dezelfde tijd uit bed, gevolgd door een bekend ochtendritueel, naar school, tussen de middag thuis of op school een broodje eten, ’s middags weer school en vervolgens weer naar huis. Het grootste gedeelte van de dag is voorspelbaar en duidelijk. De lessen op school wisselen weliswaar en ook daar is niet altijd alles even duidelijk, maar er is ritme. Kinderen weten tot op zekere hoogte waar ze aan toe zijn en wat ze moeten doen. Na schooltijd is er nog een korte periode tot het avondeten die vaak wel wordt opgevuld met sport, hobby of gewoon even lekker achter de pc. Ook voor deze momenten geldt dat kinderen met autisme soms moeite hebben om deze vrije tijd op te vullen, maar daar ga ik in dit artikel verder niet op in. Tijdens schoolperiodes zijn de dagen in principe grotendeels gevuld en is er sprake van een logische dagindeling. De vakanties daarentegen zijn vaak alles behalve gestructureerd. Er is geen vaste tijd waarop kinderen wakker worden, ze hebben geen druk om zichzelf klaar te maken en te ontbijten om de deur uit te gaan. Nee, de vakantie is voor deze kinderen één groot gat van onduidelijkheid en leegte. Wat moeten ze in vredesnaam met al die vrije tijd aan?! Vaak zien we dat kinderen die gebaat zijn bij structuur zelf moeilijk tot ideeën komen om iets te gaan ondernemen. Door een gebrek aan ritme is het geheel onduidelijk wat ze moeten doen en hoe ze hun tijd in kunnen delen. Deze kinderen brengen vaak een groot gedeelte van de dag door achter de computer, tv of turend naar hun telefoon. Tot grote frustraties van de ouders. Ondanks aandringen van vader of moeder om ‘toch eens even buiten te gaan spelen’, of ‘even een vriendje te bellen om af te spreken’, zien we dat ze maar moeilijk achter dat beeldscherm weg kunnen komen, of bij thuiskomst meteen weer op de bank ploffen, verhuld in een blauw flikkerend licht. Herkenbaar?

Datgene dat vaak tot grote ergernis leidt bij ouders is niet anders dan het invullen van ‘niet ingevulde vrije tijd’. Wat doen kinderen als ze niet weten wat ze moeten doen? Dan doen ze iets waarvan ze weten hoe het moet, of wat voor duidelijkheid zorgt. Voor kinderen van deze tijd zijn dat beeldschermen. Ze hebben op dat moment iets om te doen, weten hoe het werkt en het geeft een gevoel van duidelijkheid. Vaak merken ze zelf ook wel dat de hele dag doorbrengen achter de pc niet bevorderlijk werkt voor hun humeur en energie, maar voor hen is het de meest voor de hand liggende oplossing om al die niet ingevulde vrije tijd op te vullen. Als ouder zijnde kan het frustrerend zijn om je kind de hele dag achter de computer te zien. Door te beseffen dat het voor het kind een manier is om tijd op te vullen en hij of zij vaak gewoon niet weet wat hij anders kan doen, kan er al voor zorgen dat de frustratie iets afneemt.

Goed, genoeg uitleg over oorzaken, tijd voor oplossingen. Hoe kan een vakantie nou zo worden ingericht dat ook voor kinderen met autisme het een leuke, of in ieder geval geen frustrerende, tijd wordt?

1. Zorg ervoor dat het ritme van schoolperiodes zoveel mogelijk wordt aangehouden

Gedurende de schoolperiodes is er voorspelbaarheid voor vaste rituelen. Denk hierbij aan opstaan, gevolgd door een standaard ochtendritueel, de tijd waarop geluncht en gedineerd wordt en het moment van naar bed gaan. Natuurlijk is er in de vakantie de mogelijkheid om iets later op te staan en iets later naar bed te gaan. Het is helemaal niet erg om deze tijden een klein beetje te verschuiven, maar laat dit liever niet meer dan een uur zijn. Zorg ervoor dat de vaste momenten van de dag tijdens de schoolperiodes ook worden doorgezet in de vakantie.

Voor de ochtenden is het handig om een vaste tijd te kiezen voor het opstaan. Als dit in schoolperiodes om 7.00 uur is, kan in de vakantie best gekozen voor 8.00 uur. Dit is ook afhankelijk van de behoefte van het kind. Is hij of zij standaard om 7 uur wakker, dan is dat natuurlijk ook helemaal prima. Is het kind een uitslaper en is hij of zij lastig wakker te krijgen, dan kan ervoor gekozen worden de wekker een uurtje later te zetten, maar dan wel echt uit bed te gaan. Kies in ieder geval voor een vast tijdstip, waarbij geldt: als de wekker gaat (of als een ouder het kind wakker maakt), meteen uit bed. Daarna wordt het standaard ochtendritueel toegepast. Na het opstaan dus meteen aankleden, ontbijten en tanden poetsen, precies zoals dat tijdens de schoolperiodes wordt gedaan. Het gevaar van eerst lekker in de pyjama tv kijken en lekker omhangen kan ervoor zorgen dat er meteen een gevoel van onduidelijkheid wordt gecreëerd. Meteen starten met een vast ritme is een goed begin van de dag. Het aanhouden van de vaste rituelen en tijdstippen geldt ook voor het eten tussen de middag, het avondeten en het avondritueel. Probeer ervoor te zorgen dat lunch en avondeten op dezelfde tijdstippen is als tijden school, of in ieder geval tijdens de vakantie iedere dag op hetzelfde moment. Zoals gezegd kan het tijdstip van naar bed gaan best iets verschoven worden. Ook voor kinderen met autisme kan het lekker zijn als ze in de vakantie wat langer op mogen blijven. Hiervoor geldt ook dat dit niet meer dan een uur mag zijn en als het kind zelf aangeeft toch liever op het normale tijdstip naar bed te gaan, dan is dat natuurlijk helemaal prima.

2. Zorg voor een duidelijke dagindeling

Behalve een vast moment voor de standaard belangrijke momenten van de dag, is het zaak ervoor te zorgen dat de hele dag duidelijk is voor het kind. Zoals gezegd zijn de momenten waarop geen activiteiten zijn gepland ‘niet opgevulde vrije tijd’. Deze momenten zijn voor kinderen met autisme erg onduidelijk. Het is dus belangrijk om voor de hele dag een duidelijke indeling te hebben. Deze alleen door de ouder, of samen met het kind worden opgesteld. Dit is ook een beetje afhankelijk van de leeftijd van het kind. Als het kind oud genoeg is kunnen ze aan het begin van de dag (of het liefst voor de vakantie, zodat voor iedere dag van de vakantie een indeling klaar is) een dagindeling maken. Maak een schema waarop alle activiteiten worden aangegeven. Het is belangrijk dat deze indeling zo concreet mogelijk is. Geef van tijd tot tijd aan wat de activiteit is en wat de activiteit inhoudt. De activiteit ‘’s Ochtends spelen’ is voor kinderen met autisme nog steeds erg vaag. Hoe laat begin je, wat ga je precies doen en waar en met wie. Ouders hoeven het kind niet de hele vakantie te vermaken door alle activiteiten samen te doen, maar het is wel belangrijk dat goed aangegeven is hoe de activiteit eruit ziet. Als het kind even zelfstandig moet gaan spelen, moet dit voor het kind duidelijk zijn. Geef ook de tijd goed aan. Het is belangrijk voor kinderen dat ze weten wanneer de activiteit start en wanneer het weer klaar is. Als een kind kan klokkijken en ook een goed tijdsbesef heeft, kan hij of zij de tijd zelf in de gaten houden. Is dit niet het geval, dan kunnen ouders af en toe even aangeven hoeveel minuten de activiteit nog duurt. Als de activiteit klaar is kan op het schema bekeken worden wat de volgende activiteit is.

Soms is het lastig om voor een hele dag activiteiten te bedenken. Een goede oplossing is het kind zelf te laten bedenken welke activiteiten hij of zij leuk vindt om te doen en welke gemakkelijk thuis of buiten (zelfstandig) uitgevoerd kunnen worden. Deze activiteiten worden allemaal opgeschreven. Zorg ervoor dat het er minstens vijf zijn. Denk hierbij aan zelfstandig een spelletje doen, een stukje fietsen buiten, een boek lezen etcetera. Voor de middag kan er gekozen worden om op het schema te zetten dat er een activiteit van de lijst wordt gekozen. Op maandag weet je misschien nog niet waar je op donderdagmiddag zin in hebt om te doen. Op deze manier hoeft het schema nog niet helemaal van A tot Z ingevuld te worden, maar is er wel een gestructureerde manier van het invullen van de tijd. Als de donderdagmiddag is aangebroken kan het kind op de lijst kijken en beslissen welke activiteit hij of zij wil gaan doen. Als het kind moeite heeft met kiezen, kan ook gekozen worden om er een grabbelton van te maken. Het kind trekt dan een papiertje en gaat de activiteit doen die erop staat. Op deze manier train je ook het verrassingselement.

Zorg ervoor dat ook alle eetmomenten en andere vaste rituelen op het schema komen te staan, evenals bijvoorbeeld zwemlessen, tandartsafspraken, speelafspraken met vriendjes/vriendinnetjes, bezoek van opa en oma etcetera. Hoe concreter het schema, hoe meer duidelijkheid voor het kind.

3. Zorg voor leuke uitjes

Als kinderen opzien tegen de vakantie, kan het werken om een leuk uitje te plannen waar het kind veel zin in heeft. Dit kan een dagje naar pretpark zijn, naar de dierentijd, lekker picknicken in het park, of een lange fietstocht. Het is belangrijk iets te plannen waar het kind naar uitkijkt. Dit kan natuurlijk in overleg met het kind. Samen met het kind iets bedenken werkt vaak ook het beste, omdat het kind het gevoel heeft dat hij of zij inspraak heeft gehad en het dus iets is wat hij of zij graag wil doen. Zo’n activiteit zorgt ervoor dat een vakantie niet alleen maar een week overbruggen is tot de school weer begint, maar ook een week waarin iets leuks gaat gebeuren. Hierdoor kijkt het kind automatisch meer uit naar de vakantie en zorgt voor een positievere stemming.

Ook tijdens het dagje uit is het belangrijk om te zorgen voor een goede dagindeling. Een dagje pretpark is super leuk, maar tegelijkertijd ook heel onduidelijk. Het is belangrijk de dag zoveel mogelijk te plannen en dit aan te geven in het schema. Hierin wordt aangegeven hoe laat de wekker gaat, gevolgd door het ochtendritueel, hoe laat het kind in de auto moet zitten, wat de aankomsttijd is bij het pretpark, hoe lang er door het park gelopen wordt (het hoeft niet attractie voor attractie), hoe laat lunchen etcetera. Dit schema kan gerust meegenomen worden naar het pretpark. Als het voor het kind dan toch even weer onduidelijk dreigt te raken kan het schema erbij worden gepakt en kan samen bekeken worden wat het volgende punt op de planning is. Spreek ook duidelijk af hoe laat de laatste attractie wordt bezocht en hoe laat het park weer verlaten wordt. Afspraken maken over de laatste attractie maken werkt goed, omdat het kind dan precies weet welke attractie de laatste is en dat het daarna weer tijd is om naar huis te gaan. Dit werkt voor een kind vaak beter dan een tijdstip. Als de afspraak is dat om 18.00 uur het park verlaten wordt, maar je om 17.50 uit een attractie komt, is dat voor het kind reden om te denken dat er nog 10 minuten over zijn voor een andere attractie. Volwassenen kunnen bedenken dat je dat met een kwartier wachten in de rij voor de achtbaan niet gaat redden. Dit kan voor vervelende situaties zorgen. Belangrijk is om een richttijd te geven voor de laatste attractie, hier een specifieke attractie bij te geven en aan te geven dat het na die attractie tijd is om naar huis te gaan. Tegen de tijd dat de dag bijna voorbij is is het belangrijk om even aan te geven dat het bijna tijd is om naar huis te gaan. Met nog drie attracties te gaan kan benoemd worden dat er nog twee attracties gedaan worden, daarna de laatste attractie en dat het daarna tijd is om naar huis te gaan.

Uiteraard zijn er nog meer dingen die je als ouders met je kinderen kunt doen tijdens de vakantie. Belangrijk is om te kijken waar het kind behoefte aan heeft en waar hij of zij zich het beste bij voelt. Bovenstaande tips zijn, wat mij betreft, de drie belangrijkste, algemene tips om de vakantie voor kinderen met ASS zo comfortabel mogelijk te maken. Structuur, duidelijkheid en een goede daginvulling kunnen ervoor zorgen dat ook voor een kind met autisme de vakantie iets is om naar uit te kijken.

 

 

Autisme is niet te genezen, onbegrip gelukkig wel.